Notatiesysteem




werkt met audiovisueel tabulator-notatiesysteem. Dit systeem ontwikkelde de auteur speciaal voor transkripties van koramuziek.

De noten worden door middel van grote en kleine letters, in verschillende kleuren, in een notatiematrix geplaatst. Vertikaal in de matrix staan de snaren. De hoogste toon boven de laagste beneden. Horizontaal staan de tijdeenheden, onderverdeeld in maten, beats en puls.

De hals met 21 of 23 snaren loopt met dit notatiesysteem synchroon. De bij de noten behorende snaren worden visueel "aangeslagen" en via wave-samples of midi-uitgang vertoond.



Notatie

De korasnaren op de hals (grijze lijnen) korresponderen met evenzoveel rijen in het notatiesysteem: de laagste snaar (de noot "F") in de onderste rij, de hoogste (de noot "a") in de één na hoogste. De hoogste rij is gereserveerd voor het perkussieeffekt namens Bulukondingo Podi (het kloppen met de rechter vinger op de houder. De noot "x"). De rijen zijn beschreven met bijbehorende noten. Ze staan links en rechts aan de rand van het notatiesysteem.

Afhankelijk van de toonhoogte en afhankelijk van de volgorde in tijd krijgen de noten een plaats op de korresponderende snaarlijn, respektievelijk op de pulslijn. Noten die op dezelfde pulslijn liggen (akkoorden), worden tegelijk gespeeld. Pulsen (de kleinste tijdeenheid) worden samengevat in beats. Deze worden op hun beurt weer samengevat in maten (kumbengo). Een kumbengo (1 of 2 maten) vormt de ritmische ostinato basisfiguur. Deze kann willekeurig vaak herhaald en gevarieerd worden. Aan de bovenkant van het notatiesysteem vind je de beats in genummereerde en in oplopende volgrode. De maten vind je aan de onderste rand.

De kleur van de noten korrespondeert met de hand waarmee de snaar bespeeld wordt: rood = links, blau = rechts.
Hoofdletters ("F", "G") en een donkere kleur betekent: met de duim spelen, kleine letters ("f", "g") en een lichtere kleur betekent: met de wijsvinger spelen.

De indeling welke snaren nu met de duim (de onderste oktaven) en welke met de wijsvinger (de bovenste oktaven) moeten worden gespeeld, is niet vast geregeld. Het hangt af van de eisen die het stuk stelt dat wordt gespeeld. In de twee middelste oktaven kunnen de snaren zowel met de duim als ook met de wijsvinger worden gespeeld.


Hals

Wanneer het notatiesysteem geaktiveerd wordt, of wanneer men de muis erin beweegt,dan lichten de snaren in de bij de noten behorende kleur op. Tegelijkertijd wordt aangeduid met welke vinger de snaar moet worden gespeeld en op welke manier de snaar moet worden aangeslagen.

De bij de snaren behorende tonen worden via Wave Samples of Midi Out hoorbaar. De klankeigenschappen van de tonen kunnen individueel met behulp van de midi-instellingen worden gekonfigureerd.

Aan de top van de hals wordt de aktuele speelpositie, maat.beat.puls, weer gegeven.



Aanslagvormen

"Normale" noten ("F", "f"): de snaren worden aangeslagen en sterven weg.

"Gestipte" noten, oftewel noten-met-een-punt ("F.", "f."): de snaren worden onmiddellijk na de aanslag gedempt (Detero-stop-techniek).

Naar boven gerichte bogen in donkere kleuren korresponderen met de snaren die met de duimen worden gespeeld. De snaren die met de wijsvingers worden gespeeld zijn voorzien van naar beneden gerichte bogen in een lichtere kleur. De linker hand is rood, de rechter blauw.
Voor noten-met-een-punt (gestipte noten) - Detero - is de lijn die korrespondeert met de snaar onderbroken.

wijsvinger
linker hand


Sla de snaar met de linker wijsvinger aan en laat ‚em uitklinken ("f")

rechter hand


Sla de snaar met de rechter wijsvinger aan en laat ‚em uitklinken ("g")


Sla de snaar met de linker wijsvinger aan en demp ‚em vervolgens af ("f.")

Sla de snaar met de rechter wijsvinger aan en demp ‚em vervolgens af ("g.")


Met de rugkant van de rechter wijsvinger slaat men tegen de houder ("x") (Bulukondingo Podi).

duimen
linker hand


Sla de snaar met de linker duim aan en laat ‚em wegsterven ("G").

rechter hand


Sla de snaar met de rechter duim aan en laat ‚em uitklinken ("F").


Sla de snaar met de linker duim aan en Stopp ‚em af ("G.").

Sla de snaar met de rechter duim aan en demp ‚em ("F.").


Metrum

Een puls is de kleinste metrische eenheid (maateenheid) waarop een noot kann worden geplaatst.

Het notatiesysteem wordt ritmisch ingedeeld in pulsen (loodrechte dunne lijnen). De pulsen worden op hun beurt in beats samengevat. De beats vormen de maat - de Kumbengo, een cyclus met variaties, oftewel een ostinatopatroon dat herhaald wordt.

De beats (loodrechte iets dikkere lijnen) hebben een oplopend nummer. Ze worden bovenaan in het notatiesteem weergegeven.

De maten (loodrechte dikke lijnen) staan aan de onderste kant van het notatiesysteem en zijn ook genummereerd.

De aktuele speelpositie of de plaats van de muis in het notatiesysteem wordt aan de onderkant van de hals weergegeven: maat.beat.puls

Het metrum - het aantal pulsen per beat en het aantal beats per maat kann naar believen ingesteld worden.

Het afspeeltempo in beats per minuut kann traploos ingesteld worden.



Copyright © 1997-2003 Harald Loquenz. All rights reserved

Contact

www.kora-music.com